De Verdwaalde Komeet
~ niet alle reizen zijn gepland ~
Op een nacht zag Nora een vallende ster door haar raam. Ze deed snel een wens. Maar deze vallende ster bleef niet vallen. Hij viel, en bleef hangen, vlak voor haar raam.
Het was geen vallende ster. Het was een kleine komeet. Hij had een gezichtje, en hij keek heel verdwaald.
"Hallo?" zei Nora.
"Hallo," zei de komeet zachtjes. "Sorry, mag ik even rusten? Ik ben heel ver gevlogen en ik weet niet meer waar ik ben."
"Kom maar even bij me door het raam," zei Nora.
De komeet zweefde door het raam en ging op haar bureau zitten. Hij had een staart van licht, die zachtjes flikkerde.
"Hoe heet jij?" vroeg Nora.
"Zwiep," zei de komeet. "Ik vlieg al duizenden jaren rond de zon. Ik moet er elke 78 jaar omheen, op een vaste route. Maar deze keer... deze keer ben ik afgeleid geraakt door iets moois. Een planeet vol blauw en groen. En toen ik weer wilde verder vliegen, was ik mijn route kwijt."
"Hoe vind je je route terug?" vroeg Nora.
Zwiep dacht na. "Ik moet de Grote Lijn vinden. Dat is de baan van licht waarop alle kometen vliegen. Maar in jullie stad zijn zoveel lichten dat ik de Grote Lijn niet meer kan zien."
"Hmm," zei Nora. Toen kreeg ze een idee. "Wat als we naar een hele donkere plek gaan? Buiten de stad? Dan zou je de hemel beter kunnen zien."
Maar Nora kon natuurlijk niet zomaar de stad uit. Ze was acht. En het was nacht.
Toen wist ze het. "Wacht hier," zei ze. Ze pakte een grote zaklamp, een papieren bekertje, en haar mama's reisatlas.
Ze maakte een gaatje in de bodem van het bekertje en stopte de zaklamp erin. Toen ze de lamp aandeed, scheen er een dun lichtstraaltje uit.
"Dit is een kleine Grote Lijn," zei Nora. "Ik schijn 'm naar de hemel, recht omhoog. Volg jij hem dan, tot je het echte spoor vindt."
Zwiep keek haar aan met grote ogen. "Dat... dat zou kunnen werken."
Ze gingen samen naar buiten. Nora richtte de lichtstraal recht omhoog, naar de hemel. Hij scheen door de wolken heen, helemaal tot ver in de ruimte.
"Daar!" zei Zwiep opeens. "Helemaal aan het einde van jouw straal! Daar zie ik mijn route weer!"
Hij zwiepte zijn staart, draaide rond, en schoot omhoog. Hij volgde het lichtstraaltje, recht naar de hemel.
Daar boven, hoog tussen de sterren, vond hij zijn Grote Lijn terug.
Voordat hij verdween, zwaaide hij nog één keer naar Nora. "Dank je, vriendin! Ik kom over 78 jaar weer langs!"
Nora lachte. Over 78 jaar zou ze oud zijn. Maar ze nam zich voor om er op die nacht ergens te zijn waar het donker was, met een zaklamp in haar hand. Voor het geval Zwiep haar nodig had om hem te begroeten.
En weet je wat? Misschien doet ze het. Wie weet, misschien doe jij dan met haar mee.
~ Einde ~