✨ Nora's Wereld

De Drakenei in de Tuin

~ wat kruipt eruit? ~

Op een lentemorgen vond Nora een ei in haar tuin. Het was zo groot als een meloen, glanzend groen, en het voelde warm aan, ook al was het buiten koud.

"Mama!" riep ze. "Er ligt een reuzenei!"

Mama kwam kijken. Ze fronste. "Dat is geen kippen-ei. Geen ganzen-ei. Dat is... heel raar."

"Mag ik het houden?" vroeg Nora.

Mama dacht na. "Als jij er goed voor zorgt. En als het iets onverwachts blijkt te zijn, vertel je het direct."

Nora droeg het ei voorzichtig naar haar kamer. Ze maakte een nestje van een oude trui in een mand. Het ei voelde nog warmer aan dan tevoren.

Drie nachten lang sliep Nora naast het ei. Op de vierde nacht hoorde ze een geluid. Tik. Tik. Krak.

Ze sprong uit bed. Het ei bewoog! Er zat een barst in. Toen nog een.

Krrrak. Het ei spleet open, en uit de schaal kroop een klein, glanzend wezentje. Het had vier korte pootjes, een dunne staart met een puntje, en twee tedere vleugeltjes die nog gevouwen waren als bladeren in de knop. Zijn ogen waren goudkleurig.

"Een draak," fluisterde Nora.

De kleine draak keek haar aan. Toen niesde hij, en uit zijn neusje kwam een klein wolkje rook.

"Dag," zei Nora zacht. "Welkom."

De draak liep naar haar toe, struikelde over zijn eigen staart, en kroop op haar schoot. Hij begon zachtjes te brommen, zoals een poesje dat spint.

Nora noemde hem Zonnetje, omdat zijn schubben in het licht glinsterden als gouden zonnestraaltjes.

De volgende ochtend nam ze hem mee naar mama. Mama keek met grote ogen. "Een draak," zei ze. "Een echte draak."

"Mag ik hem houden?" vroeg Nora.

Mama dacht heel lang na. "Draken horen in de bergen, kindje. Daar hebben ze ruimte om te vliegen en om vuur te spuwen. In ons huis zou hij zich opgesloten voelen. Maar..."

"Maar?"

"Maar tot hij groot genoeg is om te vliegen, mag hij hier blijven. En dan brengen we hem samen naar de bergen."

De hele zomer groeide Zonnetje. Hij at sla en wortels (gelukkig at hij geen koeien!), hij leerde vliegen door van de bank te springen, en hij snurkte zo hard dat de ramen trilden.

Toen kwam de herfst. Zonnetje was te groot voor het huis. Zijn vleugels waren sterk genoeg.

Nora en mama brachten hem naar de bergen, in de auto met een grote aanhangwagen. Bij een hoge top zette Nora hem op de grond.

"Je mag gaan," fluisterde ze, met tranen in haar ogen.

Zonnetje keek naar haar. Toen knipoogde hij, en sprong de lucht in. Hij maakte één grote cirkel boven Nora, hoog en majestueus, en vloog toen weg.

Maar elk jaar, op haar verjaardag, vindt Nora in haar tuin één gouden schub. Dat is haar manier om te weten dat Zonnetje haar niet is vergeten.

~ Einde ~

← Vorige Volgende →